12 inzichten die je helpen AI te gebruiken zonder je denkvermogen uit handen te geven
Even de balans opmaken!
AI heeft zo’n ingrijpende invloed op mijn werkzame leven, dat ik het niet alleen met opwinding volg, maar ook met argwaan.
Sinds Claude in december 2025 een nieuw model lanceerde, zijn mijn werkweken – en die van vele anderen – ingrijpend veranderd. Dat moet wel invloed hebben op hoe je denkt, werkt en handelt. Ezra Klein haalde in The New York Times recent dit klassieke media-aforisme van stal: ‘We shape our tools and thereafter they shape us’. Dat is natuurlijk zo.
Daarom die argwaan. Ik wil het me niet laten overkomen dat ik dankzij AI ten nadele verander.
De consequentie van die argwaan is dat jij als lezer van deze nieuwsbrief af en toe een inkijk krijgt in mijn openbare notitieboekje over hoe AI mijn manier van werken beïnvloedt, en misschien in het verlengde daarvan ook die van jou.
Daarom een kort overzicht van wat me tot nu toe opviel tijdens het werken met AI. Met daarbij linkjes naar verdiepende artikelen. Ik ben heel benieuwd naar jouw aanvullingen. Ik richt me nu bewust op de invloed van AI op ons als individuen. Niet die op de arbeidsmarkt. Dat laat ik aan de economen over.
Oké, here goes, 12 inzichten:

Inzicht #1: Schrijven is nadenken. Wie dat uitbesteedt, besteedt het nadenken uit.
Inzicht #2: AI-tools kunnen me uren aan tijd besparen, maar alleen als ik de discipline opbreng om de vrijgekomen tijd te besteden aan verdieping in plaats van verbreding.
Inzicht #3: Ik laat nu best veel AI-agents tegelijkertijd werk voor me doen, en dat gaat gek genoeg ten koste van mijn energie. Bijvoorbeeld om dingen uit te zoeken of mijn mails te laten analyseren. Ik zou niet terug willen, maar ik zie ook een gevaar: ik ben continu aan het contextswitchen. Elke keer als een agent bezig is, pak ik even een ander klusje op. Maar na een paar minuten komt die oude klus weer terug. Vanaf dat moment werk ik aan twee dingen tegelijk. Dit gaat de hele tijd zo. Daardoor ben ik aan het einde van de werkdag onnodig gaar en denk ik tijdens het werken minder diep na. Voornemen: de rust opbrengen om tijdens denkwerk gewoon even rustig op de agent te wachten.
Inzicht #4: De markt voor je productief voelen is vele malen groter dan de markt voor daadwerkelijk productief zijn. Op LinkedIn of X zie ik geregeld mensen vertellen over zelfgebouwde AI-tools die in feite niets meer doen dan complexiteit toevoegen aan hun AI-gebruik. Daarom herinner ik mezelf er telkens aan: dien ik nu de technologie of dient de technologie mij?
Inzicht #5: AI is een té perfecte gesprekspartner. Het kent geen vermoeidheid, kan nooit honger hebben en stelt precies de vragen die je zou verwachten. Dat is ook precies de zwakte: na een chatsessie snak je naar iemand die een onverwachte vraag stelt.
Inzicht #6: Het beste advies om je voor te bereiden op AI is niet 'oefen meer met AI', maar 'word beter in wat AI niet kan'. Denk aan je smaak, onvoorspelbaarheid en je zakelijke relaties. Zo schrijft Joris Luyendijk met steeds meer gevoel, want dat heeft AI niet.
Inzicht #7: Onderzoekers maken een onderscheid tussen cognitive offloading en cognitive surrender. Het eerste is: je hoofd vrijmaken door iets uit te besteden, zoals een rekenmachine gebruiken of een boodschappenlijstje schrijven. Het tweede is: ongemerkt stoppen met zelf denken. Dat laatste gevaar ligt nu continu op de loer.
Inzicht #8: Je mist meer dan je denkt als je alles met AI-tools optimaliseert.
Inzicht #9: Wat hoop ik met deze technologie op te lossen? Met het stellen van deze vraag probeer ik mijn tech-FOMO tegen te gaan. Het doel is niet om de laatste technologie te gebruiken. Mijn doel is om die als middel in te zetten voor de dingen die ik belangrijk vind.
Inzicht #10: Denk ik met AI iets op te lossen waarvoor eigenlijk gewoon wilskracht nodig is? Er bestaan voor echt waardevolle activiteiten geen shortcuts, die kun je alleen uit jezelf halen.
Inzicht #11: Ik geloof wel dat technologie drempelverlagend kan werken. Als ik vastloop met een belangrijke e-mail of de voorbereiding van een lezing, switch ik van schrijven naar dicteren. Dankzij de app Wispr Flow verschijnt mijn gebabbel goed getranscribeerd in beeld. Dan denk ik vrijer en associatiever dan wanneer ik het direct moet opschrijven.
Inzicht #12: Ik ben eigenaar van mijn smaak en kan altijd gemakkelijk van taalmodel wisselen. Hoe beter een AI-tool je voorkeuren, smaak en werkgeschiedenis kent, hoe preciezer het werk dat het aflevert. Dus ik ben erbij gebaat om veel informatie te delen. Maar ik wil voorkomen dat ik afhankelijk raak van één specifieke tool. Daarom zorg ik ervoor dat alle geheugenbestanden die ik aanlever op mijn eigen harde schijf staan (in plaats van in het geheugen van de tool zelf) en dat Claude nieuwe inzichten ook op die plek opslaat.
Wat zijn jouw inzichten? Deel ze in de reacties:



Glued to command enter
Mijn manier van schrijven is gericht op vrije associatie. Alles kan een trigger zijn. Een woord. Een gebeurtenis. Een citaat. Ai helpt vooral bij het leveren van triggers. Daarna doet mijn stuiterballenbrein de rest. Van al de input die uit Ai komt, gebruik ik misschien 1%. Maar het zorgt wel voor een makkelijke brainstorm.