Joris Luyendijk schreef dankzij AI een weergaloos stuk
Hoe AI hem motiveert met meer gevoel te schrijven
Terwijl beurskoersen af en toe een snoekduik nemen door de verwachte impact van AI op softwarebedrijven, denk ik, net als velen van jullie waarschijnlijk, vaak na over wat de technologie voor mijn vak betekent.
Daarom verzamel ik observaties en ervaringen van hoe mijn vakgenoten zich verhouden tot de onzekere toekomst. Ergens in die brei aan notities hoop ik de komende jaren een weg te ontwaren naar een bestaan waar nog steeds ruimte is voor menselijke creativiteit.
Zo vertelde journalist Joris Luyendijk me laatst iets heel interessants. Ik complimenteerde hem met zijn weergaloze opiniestuk over Europese soevereiniteit (te lezen bij NRC en op LinkedIn).
Joris vertelde me dat hij ontevreden was geweest met zijn eerste versie. Die las – vond hij zelf – alsof iemand een taalmodel de opdracht had gegeven een stuk à la Joris Luyendijk te schrijven. En dat terwijl hij geen AI gebruikt had bij het schrijven.
Het had nog geen edge.
Dus toen dacht Joris: waar ontbreekt het AI aan? Aan gevoel. Het heeft geen menselijk lijf, dus het kan niet voelen.
Na dat inzicht herschreef Joris het stuk, en nam in die nieuwe versie zijn angst, twijfels en hoop mee. Precies de elementen die bij mij zo resoneerden. Omdat ze de urgentie en onzekerheid van Europa’s toekomst zo overtuigend overbrengen. Het is niet alleen inhoudelijk functioneel, het heeft ook een positief neveneffect: je leest met nog grotere aandacht zijn stuk.
Ik zeg niet: neem gevoel mee in je werk en je hoeft je geen zorgen over AI te maken. Ik zeg wel: ik denk dat het heel verstandig is om te onderzoeken hoe je in je werk onderscheidend kan blijven, en waarde kan toevoegen, op een manier waarop AI dat niet kan. En als je dat blijft doen, kom je waarschijnlijk dichter bij een antwoord (en heb je het ondertussen nog naar je zin ook).
Het is bijvoorbeeld een van de redenen dat ik zoveel moeite in deze nieuwsbrief steek. Omdat ik denk dat zo’n direct e-maillijntje tussen jou en mij ervoor zorgt dat we elkaar blijven kunnen vinden, ook als er een vloedgolf van AI-slop over ons heen spoelt.
Denk jij na over hoe je werk waardevol blijft in tijden van AI? Wat voor experimenten voer jij uit? Laat het mij en andere lezers weten in de reacties:
Nog twee mediatips over de invloed van AI op ons werk:
Mocht je trouwens meer willen lezen over hoe menselijke intelligentie zich van kunstmatige intelligentie onderscheidt, dan kan ik je dit Engelstalige stuk van Gideon Lichfield bij Bloomberg aanbevelen. Hij betoogt dat ‘artificial general intelligence’ een misleidende term is omdat menselijke intelligentie helemaal niet ‘algemeen’ is. We zijn geëvolueerd om zeer specifieke uitdagingen aan te gaan. Net als een spin een prooi aan vibraties in haar web heeft leren herkennen en olifanten migratierroutes van duizenden kilometers kunnen onthouden. Daarom zou het absurd zijn dat een AI – die geen slaap, honger, lust of emotie kent – zou kunnen denken zoals een mens. In plaats daarvan krijgen we allerlei gespecialiseerde AI’s.
Ten slotte, mocht je geïnteresseerd zijn in hoe AI mijn werk van dag tot dag verandert, kijk dan naar dit gesprek dat ik met Rick Pastoor voerde. Hij bouwt in zijn eentje een Europees alternatief voor Google Workspace en we wisselen ervaringen over werken met AI agents uit:


