Te druk voor betekenisvol werk? Probeer dit
Waarom een te volle agenda leidt tot middelmatigheid, en hoe je dat doorbreekt
Slim productiviteitsadvies gaat niet om de perfecte Notion-setup, om 5 uur opstaan of het wegknallen van zoveel mogelijk taken. Nee, het gaat erom hoe je meer ruimte creëert voor werk dat je echt betekenisvol vindt en waar je voor je gevoel waarde mee toevoegt.
En dat begint met de vraag: wat ga je bewust niet doen?
In Intentioneel leven heb ik het daarom over dingen ‘bewust laten verslonzen’. Het is onmogelijk om aan alle verwachtingen van het moderne leven te voldoen. Dus wat ga je laten lopen om tijd te hebben voor wat je écht belangrijk vindt?
Dat klinkt simpeler dan het is. Ik worstel er zelf ook nog steeds dagelijks mee.
Daarom was ik blij toen Simon van Teutem me vertelde dat hij een gastartikel wilde schrijven over nee-zeggen. Ik krijg altijd energie van een gesprek met Simon. Hij is slim en gul, zonder het cynisme waar je je achter kunt verschuilen als je zo scherp bent als hij.
In zijn boek De bermudadriehoek van talent laat hij zien hoe makkelijk het is om je te verliezen in betekenisloos werk. Een mogelijke uitweg is niet alleen ‘ja’ tegen iets nieuws zeggen, maar ook ‘nee’ tegen dingen als status, drukte en een zo hoog mogelijk salaris.
In dit stuk laat Simon zien hoe je nee-zeggen makkelijker maakt. En wat het jou, en de mensen om je heen, kan brengen.
Over to you, Simon:
Word je ook elke ochtend wakker met een afvinklijst die nog langer is dan de dag ervoor? Doe je ook zoveel dat niets je onverdeelde aandacht krijgt? En blik je na een kneiterdrukke week ook terug met de gedachte: wat heb ik eigenlijk gedaan waar ik écht trots op ben?
Heel gek is dat niet. Er is een carrièreadvies dat rondzingt onder mensen die net beginnen: zeg overal ja tegen. Het probleem is dat niemand je vertelt wanneer je moet stoppen.
Ruim acht jaar geleden publiceerde ik mijn eerste artikel, en sindsdien heb ik bijna altijd vrolijk ingestemd. Elke week een stuk bij De Correspondent? Boeken? Ja. Lezingen? Ja. Een theatertour? Ja. Een obscure podcast in de bezemkast van iemands moeder? Ja. Koffie met mensen die ik daarna nooit meer zou spreken? Ja. Interview met een lokale krant in mijn fietslegging? Ja (oeps).
Daar had ik jarenlang geen enkel probleem mee. Als jonge schrijver moet je vlieguren maken, experimenteren, mensen ontmoeten, uitvogelen waar je hart sneller van gaat kloppen. ‘Ja, tenzij’ is geen slechte vuistregel als je nog niet weet waar je de meeste waarde aan kunt toevoegen.
Maar vorig jaar schuurde het. In 2025 deed ik teveel. Ik werkte aan mijn PhD, was in dienst bij Our World in Data, schreef elke week een stuk voor De Correspondent, trainde als wedstrijdroeier voor de Oxford-Cambridge Boat Race, gaf lezingen, publiceerde twee boeken, en dat alles naast een druk sociaal leven.
Dat zeg ik niet om op te scheppen, want veel doen, dat kan iedereen. Werk dat beklijft, dát is de uitdaging. Dus werd 2026 mijn jaar van de nee.
Wat je kunt leren van Jesse Frederik
Ik schaam me haast om het te vertellen, maar het allerkutste gevoel als schrijver is dit: er is iets gepubliceerd, maar je wilt het niet delen, want je bent er niet écht trots op. Er lag veel op je bord, je hebt iets afgeraffeld, en je weet dat het middelmatig is. Desondanks komt het online, maar je gaat het niet aan de grote klok hangen.
Dat is slecht voor je zelfrespect, en voor je reputatie. Trouwe lezers hebben een verwachting als ze op je stuk klikken, en die verwachting schuift mee met elk nieuw stuk. Ze onthouden niet alleen je beste werk, maar ook je uitglijders.
Lever één keer iets slordig af, en mensen vragen zich af of de rest ook zo is. Wat voor keepers geldt, geldt voor schrijvers: mensen onthouden je blunders beter dan je mooiste reddingen. Vertrouwen komt te voet en vertrekt met de hyperloop.
Ik kon middelmatige stukjes lang aan mezelf verkopen als training, of als nodig voor de studieschuld (dat is het eigenlijk nog steeds). Maar ik ben het zat; ik wil alleen nog werk maken dat ik met trots deel. En ik wil niet meer in zoveel richtingen tegelijk worden getrokken dat geen enkel project mijn volledige toewijding krijgt.
Mijn collega Jesse Frederik publiceert niet heel veel. Maar vrijwel alles wat hij maakt is briljant. Dus als ik zie dat hij iets nieuws heeft, laat ik alles uit mijn handen vallen. Nieuw stuk van Jesse, klikken; nieuwe podcast van Jesse, luisteren; nieuw boek van Jesse, kopen.
Dat is de droom van iedere schrijver. Er is een citaat waar ik de laatste tijd veel aan denk: how you do anything is how you do everything. De kwaliteit van je kleine werk verraadt de kwaliteit van je grote werk. Maar consequent werk maken waar je trots op bent lukt alleen als je je grenzen bewaakt.
Maar, nu komt het, ik vermoed dat sommige mensen het stiekem wel comfortabel vinden om zich te verschuilen achter hun drukte.
Controle over je leven
Druk zijn is comfortabel. Als je agenda overloopt met andermans verzoeken, hoef je jezelf nooit te confronteren met de vraag wat je zou maken als je alle tijd had. Je hoeft je niet in te beelden wat jouw magnum opus zou kunnen zijn. Zolang je geleefd wordt, blijft die vraag veilig onbeantwoord.
Jean-Paul Sartre schreef over de duizeling aan de rand van een afgrond: de angst dat je kunt springen. Dat je, op elk moment, radicaal vrij bent om te kiezen. Die vrijheid is, met name op het gebied van loopbaankeuzes, zo ondraaglijk dat we ons leven vullen met verplichtingen die de keuze voor ons maken.
Een volle agenda dient als een schuilkelder tegen de vrijheid.
Als je overal ja tegen zegt, heb je altijd een excuus. Misschien vond ik dat ook wel prettig. Maar als ik eerlijk ben, vind ik dat de levenshouding van een deurmat.
Dus probeer ik nu het tegenovergestelde: roekeloos mijn grenzen afbakenen. Mijn WhatsApp-bio: ‘will take a week to respond unless it’s urgent’. Sommige mensen vinden dat bot, maar het is een klein verzet tegen de tirannie van de permanente bereikbaarheid. Zonder dat verzet kom ik niet toe aan geconcentreerd werk.
Nee zeggen betaalt zich terug in controle over je eigen leven. Durf je dat aan, dan is het een bevrijding.
Mensen zijn begripvol
Wat me het meest verbaasde in mijn eerste nee-maand: mensen zijn begripvol. Blijkbaar projecteerde ik mijn eigen ongemak op de ander.
Ik ben een pleaser; ik wil dat mensen me aardig vinden. Nee zeggen voelde altijd als een belediging, en ik had een sluimerende angst dat mensen me een lul zouden vinden. Maar het blijkt vooral te gaan om hoe je het brengt.
Schrijf een nee-template of zie het als experiment
Wat helpt: schrijf één keer een goede nee-mail met een duidelijke reden en zet hem in je Google Docs of Notities. Voor mij is de reden mijn proefschrift, dat ik deze zomer wil afronden, en waar ik naast voldoening ook trots bij wil voelen.
In mijn nee-template schrijf ik dat ik gevleid ben om gevraagd te worden, dat het komende maanden crunchtime is voor mijn PhD, maar dat ik ze veel succes wens met hun zoektocht. Kopiëren, plakken, versturen, en je kunt weer door. Als dat bericht eenmaal bestaat, verdwijnt de helft van de weerstand.
Vind je het écht heel lastig, dan kun je jezelf ook om de tuin leiden. Vertel jezelf dat het ‘nee zeggen’ een experiment is. Je gaat het slechts één week proberen. Als dat bevalt, verleng je het met nog een week. Je mag jezelf gerust foppen, als het maar werkt.
Je bent geen klootzak
Afscheid nemen is de moeilijkste vorm van nee zeggen. Ik werkte sinds 2024 voor Our World in Data, waar ik schreef met mensen als Max Roser en Hannah Ritchie. Ik heb nog nooit met zoveel briljante mensen gewerkt. Maar waar ik na een stuk bij De Correspondent honger voelde naar het volgende, voelde ik daar vooral opluchting. Mijn schrijfstijl sloot niet naadloos aan op die van hen.
Dat is ongemakkelijk om toe te geven, want het betekent afscheid nemen van iets waarvan ik dacht dat het mijn droom was. Maar zo leerde ik wel: je mag ‘heel goed’ inruilen voor de kans op ‘precies goed’. Dat deed even pijn, maar dat is prima. Het is net een relatie: blijven hangen terwijl je hart er niet in zit maakt je uiteindelijk een grotere klootzak.
Nee zeggen is heerlijk
Ik ben nu een maand bezig, en nee zeggen is heerlijk. Voor het eerst in jaren heb ik het gevoel dat ik mijn eigen agenda bepaal.
Als ik er met vrienden over praat, duurt het niet lang voordat ze hetzelfde voornemen hebben. Ze willen hun leven terug.
Dus zeg het maar eens hardop: nee. Ik meen het, spreek het uit, alsof je aartsvijand je vraagt of je dit weekend kunt helpen verhuizen. Nee. NEE NEE NEE. Heerlijk, toch?
Zeg eens een maand overal nee tegen. Tenzij je er laaiend enthousiast van wordt.
En, dit is weer Ernst-Jan: zeg vooral JA tegen Simons wekelijkse nieuwsbrief. Het is elke keer een geweldig inkijkje in zijn notitieboekje:







Je nieuwsbrieven zijn de allereerste ooit waarvan ik blij ben dat ze in mijn inboxen verschijnen, open en daadwerkelijk lees (en stiekem zelfs naar uit kijk). Dank maar weer!
Fijn stuk! Maar was dat niet Kierkegaard (geen Sartre)?