Zonder zelfacceptatie groei je niet
Een gedicht over zelfverbetering, voor jou en mij uitgezocht door Philip Huff
Jarenlang wist ik niet wat ik met poëzie aanmoest. Wat de reden ook was, van een gebrek aan geduld tot de pech dat ik in mijn jonge jaren nooit een begeesterd pleitbezorger tegenkwam: decennialang vlogen gedichten aan me voorbij.
Totdat mijn goede vriend en schrijver Philip Huff de poëzie praktisch toepasbaar maakte met zijn prachtige bundel De gedichtenapotheek. Daarin raadt hij voor verschillende omstandigheden – van liefdesverdriet tot rouw – gedichten aan die verlichting of troost kunnen bieden. En opeens ging de deur naar de wereld van poëzie voor me open.
Een wereld waar ik om de week weer even in stap, als Philip een nieuw gedicht rondstuurt via zijn geweldige Substack.
Als cadeau aan jou en mij vroeg ik aan Philip of hij deze week als gastauteur van deze nieuwsbrief een gedicht met ons wil delen. Hij heeft bij onze gedeelde wens tot zelfverbetering een prachtig gedicht uitgezocht van Mustafa Stitou (1974). Het werk van deze Nederlandse dichter kenmerkt zich volgens Philip ‘door helderheid, ingekooktheid, filosofische scherpte en een onderzoekende houding naar onze samenleving en cultuur.’
Over to you, Philip:
In De gedichtenapotheek deel ik om de week één gedicht dat mij raakt en dat – hoop ik – ook bij jou iets teweegbrengt. Ik doe dat omdat gedichten ons nabij komen en iets kunnen herstellen: in onszelf, in de band met anderen, in de verbinding met de wereld om ons heen. Dat blijft, voor mij, een wonder.
Geen bovennatuurlijk wonder, maar een heel aards wonder: ik blijf het verwonderlijk vinden dat mensen tot taal zijn gekomen, en elkaar en zichzelf via die taal kunnen (terug)vinden en ontwikkelen.
Of je nu worstelt met goede voornemens, cynisme, stress, toekomstangst, vreugde of materialisme, turbulente liefdes of verdriet, het is goed om af en toe een gedicht te lezen. Om even te vertragen, beter te kijken, scherper te voelen.
Zoals de Amerikaanse dichter Jack Gilbert zei: poëzie is belangrijk – niet als entertainment, maar omdat het een van de weinige manieren is waarop we goed zichtbaar kunnen maken wat ertoe doet.
En de enige voorwaarde is dat we het gewoon doen.
Daarom: een gedicht over zelfverbetering
Indicatie: de wens tot zelfverbetering
Werkt ook bij: goede voornemens, streng zijn voor jezelf, uitstelgedrag, behoefte aan overzicht en zelfacceptatie
Aan het begin van een nieuw jaar dient zich vaak dezelfde spanning aan: wie ben ik nu, en wie zou ik willen worden, straks moeten zijn? Zelfacceptatie en zelfverbetering worden dan gemakkelijk tegenpolen, alsof je pas mag veranderen nadat je jezelf eerst hebt afgekeurd.
Maar meestal, heb ik gemerkt, werkt het andersom. Pas wanneer je kunt aanvaarden wat er ís – je tekortkomingen, je neigingen, je mislukkingen, maar ook je goede kanten, je generositeit, je zachtheid – ontstaat er ruimte om iets aan te veranderen.
Zonder zelfacceptatie wordt zelfverbetering een vorm van zelfbestraffing. Dan kun je niet groeien; je bent de hele tijd aan het snoeien: corrigeren, uitwissen, straffen. Als acceptatie betekent dat alles maar zo moet blijven als het is, verdwijnt beweging. Dan wordt zelfacceptatie een excuus om niet meer te kijken, niet meer te proberen, niet meer te groeien. Dat is geen mildheid, maar stilstand.
Ik herken dat maar al te goed. Elk jaar neem ik me dingen voor die verdacht veel lijken op de voornemens van het jaar ervoor: geduldiger zijn, minder oordelen, beter luisteren, zorgvuldiger leven. En elk jaar merk ik ook hoe hardnekkig sommige patronen zijn die dit gewenste gedrag ondermijnen. Wat helpt, is niet het schrappen van alles wat ‘slecht’ is, maar het leren zien wat mij dient en wat niet. Niet met een groot gebaar, maar in kleine, herhaalbare handelingen. Verandering niet als eindpunt, maar als dagelijkse oefening.
Het gedicht ‘Karton’ van Mustafa Stitou verbeeldt die oefening op een bijna kinderlijke, maar daarom niet minder scherpe manier. Een stift, een stanleymes, een stuk karton met daarop links de goede dingen, rechts de slechte. De handeling is helder, bijna ritueel. Wat opvalt, is dat de dichter niet beweert dat de slechte dingen definitief verdwijnen. Integendeel: het snijden is ‘de uitdrukking van een verlangen’, en tegelijk ‘de bevrediging ervan’, zolang hij het blijft herhalen.
Zelfverbetering is hier geen heroïsche handeling, maar een dagelijkse praktijk. En zelfacceptatie zit ’m misschien wel in het besef deze praktijk nooit af is. Dat we blijven schrijven, ordenen, snijden. Dat we blijven proberen. En dat dát al genoeg is.
Als je dit fijn vond: in De gedichtenapotheek stuur ik om de week een nieuw gedicht:







Ha, wat een goede reminder! Ik was al van plan om De Gedichtenapotheek te kopen. Vanmiddag ga ik dat doen. Op vrijdag 29 januari 2026, het begin van de Poëzieweek. Krijg ik er nog het poëziegeschenk bij ( gratis!;))
Dank voor de tip, meteen besteld ❤️