Laatst stond ik op de pont te krabbelen in een notitieboekje. Ik heb altijd een notitieboekje binnen handbereik. Een Leuchtturm1917 in mijn rugzak, een paspoortformaat Muji-boekje in de binnenzak van elke jas en een A4-Moleskine op mijn bureau.
Als ik ergens in m’n kop niet uitkom, begin ik gewoon met schrijven. Ik noteer het probleem en kijk daarna wat er komt. Bijna altijd vind ik een uitweg. Op z’n minst lucht het op.
Gek genoeg heb ik dat met typen niet. Ik vermoed door de onrustige digitale omgeving. Er ligt altijd afleiding op de loer én het voelt als werken. Papier is een kalmerende en daarom soms superieure technologie.
Het heeft alleen één groot nadeel: ik kan oude notities moeilijk raadplegen. Als ik op een idee of een oplossing ben gekomen, zwerft het in één van die vele boekjes rond. Soms ligt het op kantoor, terwijl ik thuis ben. Of ik heb net een andere jas aan met een ander notitieboekje daarin.
Vroeger tikte ik notities wel eens over, maar dat was een tijdrovend klusje dat ik om die reden vaak oversloeg.
Maar sinds kort heb ik daar iets op gevonden: ik maak met de Claude-app een foto van de notitie en vraag om een transcript. Dat werkt zó verrassend goed.
Die ongemakkelijke schrijfhouding op de pont levert een wanstaltig handschrift op. Maar Claude herkent het tóch:
Ik sla het transcript direct op in een digitale notitie (in Obsidian, maar je kunt natuurlijk een standaard notitie-app gebruiken) zodat ik er altijd bij kan.
Daarmee heb ik de ideale combinatie gevonden: het concentratievermogen dat ik dankzij papier vind, en de transcribeersnelheid om de notities in acties om te zetten.
Ik had géén idee hoe goed transcribeertools tegenwoordig zijn. Hopelijk heb jij er ook iets aan.



