Rood staan. Het moet zo rond mijn dertigste geweest zijn dat ik het zat was. Sinds het begin van mijn studententijd had ik aan het einde van mijn geld altijd een stukje maand over1. Het maakte niet uit dat ik meer ging verdienen, ik gaf alles toch wel uit.
Inmiddels had ik een gezin, maar moest ik nog steeds opletten of ik wel genoeg geld op mijn rekening had en spaarde ik geen cent.
Ik besloot het roer om te gooien en verdiepte me in de wereld van personal finance. Op mijn blog documenteerde ik wat ik leerde. Na een paar weken kreeg ik een mailtje van ene Milou Brand die vroeg of ik er in haar podcast Jong Beleggen over wilde vertellen. Dat vond ik een geweldig gesprek - waar ik veel van leerde - en sindsdien volg ik Milou.
En er viel genoeg te volgen. Milou werd columnist bij het FD, presentator bij BNR en ze begon de nieuwsbrief Kapitale Kanttekeningen.
De meeste personal finance-artikelen zijn niet om door te komen, maar Milous teksten zitten vol humor, medemenselijkheid en Virginia Woolf-referenties.
Ik leerde zoveel financiële lessen van haar, dat ik op een gegeven moment vroeg: zit daar geen boek in, Milou?
Dat boek - kan ik als trotse uitgever zeggen - is er nu bijna. Zwemmen in het geld, heet het. Op 22 september komt het uit. En daarin ontkracht ze een Hollandse mythe: sparen is veilig, beleggen is risicovol. Ik heb haar gevraagd of ze in een gastpost voor Intentioneel leven kan vertellen waarom deze aloude opvatting niet meer klopt.
Over to you, Milou:
In een gemiddeld radioreclameblok komt -ie altijd wel een keer voorbij (en bij BNR misschien zelfs drie keer): ‘Beleggen kent risico’s. U kunt uw inleg verliezen’. De welbekende en wettelijk verplichte disclaimer die advertenties van brokers, banken en beleggingsapps omzoomt.
En inderdaad! Wie niet genoeg spaargeld heeft, moet niet zomaar gaan beleggen. Wie wél genoeg spaargeld heeft maar niet van inleg verliezen houdt, ook niet. Je moet wel een geldbeluste gek zijn om je spaargeld op het spel zetten in de hoop dat het uiteindelijk misschien een beetje meer wordt! Nee, dan liever op safe spelen en het op de spaarrekening zetten.
Althans, zo dacht ik er zelf over. Mijn financiële opvoeding kwam niet veel verder dan er komt wat In, er gaat wat Uit, en wat Overblijft, zet je veilig op je Rabo SpaarRekening.
Hoewel, veilig?
Mijn geld mag daar in aantallen euro’s inderdaad ‘veilig’ staan, maar ondertussen worden ze wel minder waard. Dankzij inflatie. In de afgelopen 25 jaar zijn de prijzen in Nederland in totaal met zo’n 80 procent (!) gestegen. Met een briefje van €50 kocht je begin 2000 nog een week aan boodschappen voor een heel gezin: brood, beleg, melk, fruit. Diezelfde boodschappenmand kost nu zo’n €90.
Ho, ho, ho even: we krijgen toch rente?! Ja, we mogen echt in onze handjes wrijven met de 1,5 procent rente - hoogstens - die onze grote banken al tijden geven.
Even concreet. Stel: je bent twintig jaar oud en zet eenmalig €10.000 opzij voor dertig jaar. Op een spaarrekening met 1,5 procent rente groeit dat bedrag na dertig jaar uit tot €15.630,80, mede dankzij het rente-op-rente-effect. Lekker. Maar is de inflatie ondertussen gemiddeld 2,5 procent, dan is dat bedrag tegen je 50e nog geen €7.500 waard. Met andere woorden: je hebt jezelf in zekere zin armer gespaard. Om even in disclaimers te spreken: sparen kent risico’s. U kunt uw koopkracht verliezen.
Nu die nodeloos riskante zelfverrijking: beleggen
Waar spaarders weerloos zijn tegen de vraatzucht van inflatie, zijn beleggers ertegen gewapend. Al was het maar omdat de bedrijven waar ze mede-eigenaar (want dat is uiteindelijk wat aandeelhouder zijn betekent) van zijn, hun gestegen kosten doorberekenen in hun prijzeprijzen kunnen verhogen als hun eigen kosten stijgen. Neem de bakker: als bloem duurder wordt, betaalt de klant gewoon wat meer voor een halfje volkoren. Reden te meer voor de klant om aandeelhouder te worden.
Maar bedrijven doen meer dan alleen hun prijzen bijstellen: ze groeien. Neem Apple. Dat verkocht in 1980 alleen computers, nu ook clouddiensten, iPhones en AirPods. Bedrijven die meer diensten leveren, of meer spullen maken waar mensen voor willen betalen. Door aandeelhouder te worden kun je van die groei profiteren: breed gespreid beleggen levert jaarlijks gemiddeld zo’n 7 tot 10 procent rendement op.
Stel: je zet die €10.000 niet op een spaarrekening, maar belegt het geld in een breed gespreid indexfonds dat een gemiddeld rendement van 7% per jaar levert. Als je vijftig bent, is dat uitgegroeid tot een bedrag van €76.122,55, wederom mede dankzij het rente-op-rente-effect. Een verschil van ruim €60.000! Dat is een spiksplinternieuwe, luxe keuken. Startkapitaal voor je dochter. Twee pre-loved Birkin Bags (ik zou niet eens weten wat je aan ééntje hebt – laat staan aan twee, maar dat terzijde).
De inflatie de baas
Natuurlijk krijgt een belegger ook met inflatie te maken. Van die €76.122,55 die je bij elkaar hebt belegd is de koopkracht met zo’n 2 à 3 procent per jaar afgekalfd. In reële termen houd je waarschijnlijk ergens tussen de dertig- en veertigduizend euro over. Misschien kun je er nog maar één tweedehands Birkin Bag voor kopen. Maar toch: het punt is, je bent de inflatie (ruimschoots!) de baas.
De enige manier om je te wapenen tegen verlies van koopkracht is beleggen. Maar helaas lijken we collectief aan Passief Vermogensverlies Syndroom te lijden. Mijn boek, Zwemmen in het geld, is een poging tot genezing. Want inderdaad, beleggen kent risico’s. Maar wie alleen blijft sparen, wordt armer – en dat is (jammer genoeg) een zekerheid.
Wil je meer van Milou lezen? Bestel haar boek voor, waar ik de trotse uitgever van ben, en ontvang direct het eerste hoofdstuk in je mail:
Dankjewel Loesje







Het is een heel oude grap, en zeker niet bedacht door Loesje. De Engelse versie wordt toegeschreven aan John Barrymore (1882–1942).
Ik sluit me graag aan bij tfd13. Ik heb de hele e-mail gewacht op het moment dat je zou beginnen over dat je wel moet bedenken dat precies dat geld stuurt waar de wereld, waarin wij intentioneel leven, zich heen beweegt. Misschien staat het boek er vol mee, maar ik verwachtte het al in je mail. In de mail schets je een tweedeling (beleggen of sparen) terwijl dat geen natuurlijke tweedeling is. Je kan het ook in een oude sok stoppen, je kan het schenken (intentioneel leven punten scoren), je kan met geld én tijd en kunde in een bedrijf om de hoek investeren (nog meer intentioneel leven punten scoren). We zijn geld vanuit het rijke Westen puur gaan zien als iets dat moet renderen en dan is 6% beter dan 5%. Prima, maar kortzichtig. Ik zou van de auteur van een boek met de titel 'Intentioneel leven' juist verwachten dat je meeweegt dat geld zo ongeveer de meest sturende factor is in het vormgeven van de sociale en ecologische toekomst van de aarde. Daar waar jij wil dat jouw geld gebruikt wordt, dat is waar een deel van je intenties werkelijkheid worden.