Deze zomer bezocht ik een museum waar je niet mocht fotograferen. Camera’s moesten in kluisjes, telefoons in de tas. Het toezicht was scherp. Toen ik een notitie maakte, kwam er een suppoost naar me toe die me maande mijn pen op te bergen. Ik had het bordje gemist waarop stond dat je alleen met potlood mocht schrijven.
Streng hè?
Maar eerlijk gezegd voelde het heerlijk.
Want ik was bevrijd van de overweging hoe ik dit museumbezoek zou laten renderen in likes. Nu probeer ik dat sowieso al minder te doen, want het leven is leuker als je niet constant met een online parallel universum bezig bent, maar dit museum was zo indrukwekkend dat ik me misschien niet had kunnen inhouden.
Omdat ik mijn matige fotoskills niet mocht aanwenden voor een opscheppost, restte er niets anders dan me overgeven aan waar een museum voor bedoeld is: het beleven van de kunst.
Het deed me denken – om het even over een andere boeg te gooien – aan de artikelen van klimaatcorrespondent Jelmer Mommers over dwingende maatregelen die onze collectieve vrijheid kunnen vergroten:
Wat als juist de begrenzing van onze consumptie de sleutel is naar een nieuw soort vrijheid? Niet de vrijheid van de goedkope vliegtickets, maar de vrijheid van een leefbare wereld.
Soms vind je in begrenzing vrijheid. Een buurman vertelde me dat zijn tienerkinderen na een paar dagen dolgelukkig waren dat hun telefoons geen bereik hadden op een bewust wifivrije camping in de Italiaanse Alpen. Ze ‘bloeiden op’.
Volgend jaar gaan ze weer.